Ik bouw voor je een zandkasteel van onze liefdekorrels.
Jij blaast uit verveeldheid mijn pas begonnen stapeltje weg, die
als een wolk wanhoop is het niets verdwijnt.
Met je fluwelen handen duw je een nieuw plekje glad
in de woestijn van mensen waar alleen jij en ik rondlopen.
Hier is er meer zon.
Je hebt gelijk. Een zandkasteel
mag je nooit alleen bouwen.
Tot aan de grens
van je glimlach
en nooit meer terug.